Act1 / aC. 22 Mei 2025

Een nieuw project, een nieuw leven… ik had nooit verwacht dat dit mijn volgende avontuur zou worden.


Na het voltooien van mijn laatste kunstwerk “voorbij het leven” of zoals sommigen liever zeggen “het leven voorbij”, voelde het alsof de tijd was voorbijgevlogen. Als een woest hellevuur, alles op zijn weg verbrandend. Enkel littekens achterlatend, als zichtbare sporen, op mijn verkoolde lichaam. Op een onverwacht moment daalde er echter een engel uit de hemel neer. Eentje die me opzadelde met een nieuwe opdracht, dit keer niet naar het oosten, maar veel meer naar het zuiden… naar Spanje. En de engel was niet Gabriël maar werd aangesproken met de naam Wendy, beschermster van de familie en moeder van onze beider, geliefde kinderen.

Terwijl ik deze woorden neerschrijf lijkt het me alvast geen slecht idee om de waarheid te spreken. Het was immers evenzeer mijn eigen idee om deze reis ooit te maken. In eerste instantie gewoon om een ​​nieuw uitdaging aan te gaan, een onbekend avontuur te beginnen. Een droom die ik ooit in mijn leven wilde verwezenlijken. Het was echter mijn geliefde vrouw die me vertelde niet te wachten tot mijn lichaam zou vergaan en enkel nog de aarde zou voeden. En ik wist dat ze gelijk had… dus plande ik mijn eerste stappen en dus ben ik klaar om mijn comfortabele geboorteplek tijdelijk te verlaten.

Vanaf 23 mei 2025 begint mijn reis… En als kunstenaar, vader, vriend of zelfs een vreemde… nodig ik je uit om deze reis met mij te maken. Zoals geschreven in de beschrijving van mijn laatste kunstwerk… voorbij het leven gaan, uitkijkend naar wie ik zal ontmoeten, wat ik zal zien. Vrede vinden in mezelf. De waterdruppels vinden die het vuur zullen doven. Buen Camino aan iedereen die met me mee zal lopen, online of “in real life”.

Act2 / aC. 23 Mei 2025

Het onbekende tegemoet.

Ik laat U als lezer graag weten dat, het moment dat ik dit alles neerschrijf, de eerste etappe reeds gelopen is. Om het gevoel zo reëel mogelijk te houden, schrijf ik de ganse episode neer alsof alles zich nog moet afspelen. Een reis naar het verleden, versmolten met het heden.

Vandaag is het 23 Mei 2025. Waar de voorbije dagen de onrust me in mijn slaap kwam storen voel ik vandaag een opgetogen spanning. Ik ben klaar om het onbekende tegemoet te treden met opgeheven hoofd. En hoewel ik de last van al wat ik meedraag letterlijk op mijn rug voel drukken, ben ik er klaar voor.

Terwijl de bestemming ettelijke kilometers van me vandaan ligt ben ik ervan overtuigd mijn tussentijdse stopplaatsen tijdig te halen. Met nieuwe zevenmijlslaarzen zal ik de afstanden die ik had uitgewerkt in “no time” overbruggen, althans dit ingegeven door mijnheer Optimismus en mevrouw Superbia die me beiden, zonder er zelf erg in te hebben, in hun klauwen zullen blijken te hebben.

Vermits onzekerheid en perfectionisme beiden sinds mijn kindertijd vaste metgezellen van me zijn leek het me het best om al mijn overnachtingen op voorhand in te plannen. Daar waar in Spanje het geloof en de tocht naar Compostella als ‘to do’ op de lijst van de Spanjaard zijn verwezenlijkingen staat, is de liefde in België net wat kleiner. Kerken staan leeg, parochies zijn samengevoegd, en met het aanbod van BnB’s, hotels en herbergen zijn er nog weinig plekken waar een pelgrim in België terecht kan. Althans weinig Abdijen, kloosters en parochiehuizen.

Door een vriend, van vlees en bloed, ingefluisterd, is er in België echter een mooi initiatief ontstaan voor de langzame reiziger. Het blijkt trouwens perfect te passen bij de verhalen van liefde, compassie en vriendschap, die ik ben tegengekomen in de historische geschriften van ervaren reizigers. Via “Welcome To My Garden”, was en is het dus nog steeds mogelijk om bij mensen in de tuin te overnachten. Behalve een beperkte som aan kosten om de overnachtingsplaatsen online te kunnen zien en contacteren, betaal je niets voor de overnachting zelf. Een besparing van ettelijke euro’s vermits je erop moet rekenen dat je toch een zestal dagen nodig hebt om dit kleine landje op eigen kracht te doorkruisen.

Plannen werden gesmeed en de route werd minutieus uitgewerkt met een gemiddelde wandelafstand van 27 kilometer per dag (+/- 17,8 mijl).

E 1 / D 1

Zoals jullie in het vooropgesteld schema kunnen zien staat er vandaag een tochtje van 27 km op de agenda. Vergezeld van mijn levenspartner, die nog enthousiaster dan ik aan de startmeet staat, nemen we de trein richting Sint-Jacobskerk in Antwerpen. In het station van Antwerpen aangekomen wurmen we ons tussen de massa dagtoeristen naar onze startbestemming.

De etappe voor vandaag gaat richting Temse. Via de voetgangerstunnel laten we al snel de drukte van de stad achter ons en met de zon in ons gelaat banen we ons een weg langst de Schelde. In gedachten verzonken over de tocht die ons te wachten staat, genieten we van de natuur langst het overstromingsgebied van Kruibeke, Bazel en Rupelmonde. De enkele landelijke dorpen die we doorkruisen, onthullen hun duistere geheimen. Verhalen van Spoken en schimmen, verscholen tussen de stenen van de eeuwenoude gebouwen zoals de Graventoren in Rupelmonde. Welke trouwens blijkt gebouwd op een ruïne van een oude waterburcht uit de 12e eeuw.

Na een dagje genieten in de natuur bereiken we onze bestemming in Temse. Terwijl de zon nog aan de horizon staat, blijkt het al later dan gedacht. Het gemeentehuis is gesloten dus het halen van de broodnodige stempel als bewijs van deze etappe besluit ik tot morgen uit te stellen. Mijmerend over al wat aan mijn aandacht is gepasseerd, besluiten we de dag af te sluiten. Voorlopig zonder al te veel ernstige klachten of blessures. De reis blijkt goed ingezet.


E 1 / D 2

Na goed uitgeslapen te zijn en met een stevig ontbijt achter de kiezen, neem ik afscheid van mijn partner die huiswaarts zal keren. De volgende dagen loop ik verder zonder metgezel. Tijd voor mezelf en mijn gedachten. Waar anderen gezelschap waarderen wou ik met deze tocht toch ook wat tijd voor mezelf nemen. Iets waar we in al de drukte van het hedendaagse leven vaak aan ontsnappen. Inwendig zachtjes kreunend, hijs ik de 20 kilogram wegende rugzak op mijn schouders. Een laatste blik op mijn eindpunt werpend gaat het eerst nog even richting gemeentehuis en daarna richting Gijzegem, een klein dorp, halverwege gelegen tussen de steden Dendermonde en Aalst.

Over het stempelboekje trouwens nog een korte uitleg. Het credencial of stempelboekje heb je nodig om te bewijzen dat je een pelgrimstocht bent aan het maken over één van de Via’s. Zo kan je korting krijgen bij het inchecken in een herberg of een nachtje in een kerk of abdij doorbrengen. In Santiago aangekomen krijg je op vertoon van je stempelboekje een compostela, een mooi document met een Latijnse tekst die bevestigt dat je in Compostela bent toegekomen om de apostel Jakobus eer te bewijzen.

Voor mezelf is het natuurlijk leuk om het boekje als aandenken aan de ganse tocht te bewaren. Voor ontvangst van je compostela moeten wandelaars trouwens enkel de laatste 100 km twee stempels per dag kunnen voorleggen. Je bent dus zeker niet verplicht de ganse tocht stempels bij elkaar te sprokkelen.

Mijn keuze gaat echter naar het volledige traject dus ik duik snel even het gemeentehuis binnen en met mijn mooiste glimlach haal ik hier mijn tweede stempel binnen. De eerste heb ik trouwens gehaald in de Sint Jacobskerk te Antwerpen, het startpunt van waar ik mijn tocht begonnen ben.

Net Temse buiten merk ik aan het wolkendek boven me dat er minder goed weer op komst is.  Als ik de nieuwsberichten moet geloven staat er regen en wind op het programma. Voorlopig heb ik het winnende lotje nog niet in de hand en is enkel de wind van de partij. Onder luid protest steek ik meteen de Schelde over en begeef ik me richting het Sas van Bornem, het oudste waterbouwkundige waterwerk in Vlaanderen ( 1592 ).

Hier aangekomen blijkt dat het gerenoveerde Sashuis gesloten is en dus gaat het meteen richting het stiltegebied in Weert, waar ik het veer naar de overzijde zou moet nemen. Ondertussen zijn we bij de veerdienst aanbeland maar deze blijkt momenteel aan de overzijde te zijn aangemeerd. Dit stelt me even in staat snel wat nota’s te nemen en mijn poncho aan te trekken want ondertussen heeft een lagedrukgebied me weten te bereiken en loopt het water letterlijk in mijn schoenen.

Terwijl ik sta te wachten komen enkele wielertoeristen die op weg zijn naar de Belgische kust met tegemoet gereden. Een enkel gesprek later blijken ze ook plannen te smeden om de tocht naar Spanje binnenkort ook ééns te maken, met de fiets weliswaar. De veerman blijkt een vriendelijke man en dus ben ik in staat zonder betaling de gene zijde te bereiken. Een afscheidsgroet later, sta ik aan de overzijde en gaat het richting Dendermonde. Hier verwacht ik rond de middag aan te komen wat ideaal zou zijn om een stevige portie spek met eieren binnen te slaan.

Vermits een notitieboekje en water niet goed samengaan besluit ik mijn notitieboekje momenteel een tijdje weg te steken. Jullie mogen natuurlijk wel een verslag verwachten maar dat is voor later. Bij deze dus een welgemeende groet en … tot vanavond!

17:30h ondertussen en we zijn dus op onze bestemming te Gijzegem aangekomen. Ik moet zeggen dat het gezin waar ik momenteel verblijf enorm gastvrij is. Door het slechte weer mag ik van hen het tuinhuis als slaapplaats gebruiken. Ik dank hen van harte want zo blijft mijn tent tenminste nog even droog en moet ik me niet ongerust maken deze nacht uit mijn tent te drijven. In het tuinhuis is net voldoende plek om mijn luchtmatras open te leggen. Na een korte inspectie drapeer ik mijn natte spullen her en der over het tuingereedschap in de hoop deze ook wat droger te krijgen.

Niet veel later komt de vrouw des huizes me halen en mag ik met hen mee aan tafel schuiven. Blijkt dat ze net iets te veel eten hebben gemaakt. Bewust of onbewust? Voor mezelf alvast een mooie meevaller en onder het uitwisselen van onze levensverhalen neem ik de geste dan ook dankbaar aan.

Over de namiddag van vandaag kan ik trouwens een beknopte samenvatting geven. Zo heb ik in Dendermonde de Schelde achter me gelaten en sindsdien is de Dender dan ook mijn nieuwe metgezel. Verder was de tocht vrij aangenaam vermits deze grotendeels door het natuurgebied Beneden Dender liep. Momenteel is het trouwens gestopt met regenen dus terwijl ik alles hier even te drogen laat hangen ga ik binnen enkele minuutjes even de lokale evenementhal opzoeken en verbroederen met de plaatselijke bevolking. Het dorpje waar ik ben aanbeland blijkt trouwens niet zo groot te zijn. Een enkele brasserie kleurt het dorpsbeeld en zoals het een echte dorpsbrasserie betaamd draagt ze de naam “Onder de toren.” Een snelle zijdelingse blik naar de kerktoren aan de overkant van de straat maakt dan ook meteen alles duidelijk.

In de brasserie zelf is het gezellig druk en terwijl de klanten rustig van hun maaltijd genieten neem ik even de tijd om wat lokale bieren uit te proberen. Een leuk weetje trouwens is dat de pelgrims van oude dagen geen water maar wijn bij zich droegen. Water kon immers allerlei ziektekiemen met zich meedragen, althans dat was de uitleg waarmee ze hun alcoholgebruik konden verantwoorden.

Na een kort avondje uit besluit ik dat het tijd is om de stilte op te zoeken en bij het invallen van de nacht zoek ik dan ook de veiligheid van mijn luchtbed op. Ik merk ondertussen duidelijk dat de beweging een positieve invloed heeft op mijn nachtrust en het is dan ook de eerste maal in jaren dat ik terug rond 23:00u onder het donsdeken kruip.

Intermezzo I: Een eerste indruk:

Vermits de tocht naar Compostella een groot deel in afzondering verloopt heb ik natuurlijk veel tijd om na te denken over al wat er de voorbije dagen reeds aan me is gepasseerd. Ik deel dan ook graag de eerste interessante weetjes van twee dagen wandelplezier:

  • Een papieren wandelboekje werkt prima bij goed weer maar bij regenweer net wat minder.
  • Wandelen over de verhoogde bermen is prachtig maar bij nat, hoogstaand gras is een zwembroek aangewezen ( of een goede regenbroek )
  • Een poncho mag zeker niet ontbreken in je uitrusting
  • Goed wandelmateriaal helpt enorm ( schoenen, rugzak, wandelstokken )
  • Je hebt niet altijd alles in de hand: wachten aan het veer, afgesloten gebieden
  • Er zijn nog veel vriendelijke mensen op de wereld: het negatieve dat je dagelijks in het nieuws hoort geeft echt een vertekend beeld van de samenleving ( hierbij dank aan H. en S. dat ik hun tuinhok mocht gebruiken om de nacht te overbruggen en mezelf tegen de regen te beschermen )

E 1 / D 3

Episode 1 / Dag 3 blijkt ondertussen aangebroken. Vermits ik vroeg in bed lag blijk ik ook vroeg wakker te zijn. Gelukkig is de gastvrouw ook vroeg uit de veren en dus mag ik nog een keertje mee aan tafel schuiven om een klein hapje te eten. Na een fijne laatste babbel neem ik mijn spullen bij elkaar en terwijl de eerste regendruppels me begroeten vinden mijn laarzen de eerstvolgende aanwijzingen terug en ben ik weer onderweg.

Vandaag gaat het trouwens richting Roosdaal, ongeveer 27km verder richting de Franse grens. Vooraleer we daar echter passeren komen we normaal de stad Aalst nog tegen. Onder de Belgen gekend voor zijn meerdaagse Carnaval en tevens geboortestad van Daens, een priester die opkwam voor de lagere klasse en vocht tegen de, in die tijd, heersende sociale ongelijkheid.

Op weg naar Aalst is het dan ook dat ik kennis maak met één van de dingen waar het op deze route om draait. Het is immers fijn om aan te komen op de bestemming maar wat veel belangrijker blijkt te zijn, zijn de personen en gebeurtenissen die je onderweg tegenkomt. Het is dan ook ter hoogte van de loodsen van Aalst, waar de Aalstenaren een jaar lang werken aan hun Carnaval wagens, dat ik mijn eerste gesprek onderweg heb met een enthousiaste Aalstenaarster. Een dame die al lopende onderweg was om haar fiets op te halen hield halt en sprak me aan op het feit dat ik een enorm geladen rugzak met me meedroeg. Ik kon haar natuurlijk geen ongelijk geven. Het werd me wel duidelijk dat dit niet de eerste keer zou zijn dat iemand me zou aanspreken.

In Aalst aangekomen was mijn voornaamste opdracht het administratieve centrum bezoeken en na een kleine maar natuurlijk noodzakelijke opmerking over de concurrent “ Dendermonde “ sla ik er in een nieuwe stempel te bemachtigen. Voor diegenen die niet weten waar het vurige debat tussen Aalst en Dendermonde is ontstaan: zoek gerust eens het volksverhaal op van het Ros Beiaard en alles wordt duidelijk. Als Antwerpenaar sta ik gelukkig buiten dit tafereel maar ik kan niet ontkennen dat over dit debat zelfs een volkslied is geschreven en door mijn eigen moeder aan me is aangeleerd. Ik heb trouwens geen idee of deze vete nog gekend is onder de jeugd en aangezien het een historisch feit betreft van rond de 11 eeuw misschien goed dat dit verhaal het laatste levenslicht ziet. Nieuwe vetes genoeg op de wereld om de mensheid bezig te houden. Zo wordt het vuur niet opnieuw aangewakkerd en kunnen de opgehitste gemoederen bedaren.

Na een korte pauze en met een gevulde maag zet ik mijn route verder en gaat het richting groene long van Aalst. Het stadspark van Aalst sluit meteen aan op het Osbroek, een 24 hectare groot natuurgebied en terwijl ik me door dit natuurgebied worstel geniet ik van de verscheidenheid aan fauna en flora daar waar ik de voorbije dagen voornamelijk de rivieroever had mogen waarnemen.

Vermits we ondertussen veel meer richting Vlaamse Ardennen lopen merk ik aan het gewicht dat ik meedraag duidelijk wanneer het bergop begint te gaan. De wandelstokken die ik had meegenomen doen dan ook goed dienst en mede door het gebruik ervan voel ik direct dat ik mijn tempo een stuk hoger kan houden dan zonder het gebruik ervan. Van het Osbroek blijk ik meteen een ander natuurgebied in te duiken, namelijk de Molenbeekmeersen, en het blijkt dat er voor de rest van de dag, op een enkel dorpje na, geen opmerkelijke dingen meer te gebeuren staan. Met de wind in de rug beland ik dan ook vlotjes op mijn bestemming Okegem.

Net zoals de voorbije dagen blijk ik ook hier weer in alle vrijheid en blijheid te worden ontvangen. De kinderen van het gezin waar ik verblijf blijken enorm nieuwsgierig naar wie er in hun tuin komt kamperen en onder een waterval van vragen stel ik mijn tent op onder de dekking van de schuur die achteraan in de tuin blijkt te staan. Niet veel later zit ik gezellig samen met hen aan tafel en keuvelen we wat over hun dagelijkse bezigheden en de kinderen. Na een rondleiding en een blik op de sanitaire voorzieningen mag ik nog even de badkamer gebruiken en geniet ik van een warme douche terwijl de kinderen te bed worden gelegd.

Intermezzo II: Eerste ervaring, eerste les.


Waar tot op heden de tocht goed is verlopen en ik al enkele kleine inzichten heb weten te verwerven kreeg ik gisterenavond ( dag drie ) te maken met een kleine tegenslag. Bij een ongelukkige verplaatsing ter plekke stootte ik mijn scheenbeen aan een object dat zich in de schuur bevond. Voorlopig lijkt de schade me te vallen maar de komende dagen zou blijken dat het niet inplannen van rustdagen en het op voorhand vastleggen van wandelafstanden van om en bij de 27km een pittige belasting zou gaan vormen van mijn scheenbeen. Een stevige zwelling en het risico van een beenvliesontsteking zouden me de komende dagen dan ook in bedwang houden. Iets wat ik mogelijks zou hebben kunnen vermijden moest ik voldoende pauzes hebben ingelast en de afstanden af en toe zou hebben beperkt.

Wat ik dus voor de volgende etappe ga meenemen is dat ik voldoende pauzes moet inlassen. Deels om een mogelijke overbelasting op te vangen en deels om meer te kunnen genieten van de dingen die ik onderweg tegenkom, althans de positieve ervaringen dan toch. En wat misschien nog belangrijker is, ten behoeve van ieders welzijn, dat ik de kleding die ik bijheb ééns een keertje kan uitwassen en laten drogen tenzij ik struikrovers en loslopend wild ver uit de buurt wil houden.

E 1 / D 4

Ondertussen zijn we dus bij dag 4 aanbeland. De voorbije nacht heb ik net iets minder geslapen, temeer omdat nachtelijk gescharrel van onbekende oorsprong mijn aandacht had weten te vangen. Vermits ik onder een open schuur lag, die openlijk was vanaf de openbare weg, ging mijn fantasie met me op een loopje en duurde het een tijdje alvorens ik toch slaap kon vatten.

Gelukkig toch wel wat geslapen en terwijl het ganse gezin reeds vertrokken is naar school en werk, krijg ik nog even de gelegenheid om mijn voorraad water aan te vullen en mezelf wat op te frissen.

Ook nu weer sta ik versteld van het vertrouwen dat mensen nog in elkaar hebben. Ik weet niet of ik het al heb vernoemd maar, waar we in Antwerpen alle ramen en deuren moeten sluiten om te vermijden dat onze woning zou worden leeggehaald, blijft hier alles open en staan de fietsen los. Fijn te zien dat het dus ook anders kan. Met deze gedachten nog vers in het geheugen ga ik terug op stap richting … “Geraardsbergen.”

Vermits mijn slaapplaats een stukje van de route lag eerst gaat het eerst even richting aansluiting en daarna richting Ninove. Na ongeveer anderhalf uur bereik ik dit stadje en ga ik op zoek naar de dienst Toerisme voor mijn volgende stempel. Bij aankomst blijkt de oude hospitaalkapel, waar de toeristische dienst is gevestigd, in de stellingen te staan maar met de hulp van een lieve bewoner kom ik te weten dat ik in een zijbeuk van de aanpalende kerk de toeristische dienst kan vinden. Bij het binnenkomen merk ik al snel de “Reuzen” op waar Ninove voor gekend is en na een korte uitwisseling van mijn reisplannen aan het onthaal sta ik even later weer buiten met een extra stempel in mijn stempelboekje. Na een snelle controle sla ik af naar rechts richting centrum om vervolgens de Abdijkerk van Ninove te passeren. Even later heb ik de keuze om een kortere route, via de Dender, of een langere route, door het natuurgebied Dendervallei, te nemen.

Na een korte overpeinzing besluit ik de primaire route te volgen en gaat het richting Dendervallei. Waar ik de voorbije dagen weinig tot geen hinder van het wandelen heb ondervonden blijkt het tot mijn verbazing vandaag toch wat slechter te gaan. Lichte pijnscheuten jagen door mijn scheenbeen dus al snel besluit ik me even neer te zetten om te kijken hoe mijn scheenbeen eraan toe is. Bij het opstropen van mijn broekspijp maakt een dikke rode zwelling snel duidelijk dat het stoten van mijn been de dag voordien de oorzaak blijkt te zijn. Met een grimas hijs ik mijn rugzak terug over mijn schouder en al hinkelend zet ik mijn weg verder, waarbij ik de stokken die ik meedraag als kruk gebruik voor extra ondersteuning.

Na het oversteken van de oude passerelle aan de Zwarte Flesch bereik ik het centrum van Pollare en het is hier dat ik besluit ik toch van de eigenlijke route af te wijken en de hoofdweg te volgen tot Keerbergen. Voor het eerst slaat de twijfel toe en zie ik in gedachten mijn tocht vroegtijdig tot een einde komen. Waar de route eerder door natuurgebied liep blijkt ze nu slechts pijnlijk eentonig. Terwijl ik in gedachten verzonken de kilometers overbrug, passeren de in stenen opgetrokken huizen onbewust mijn blikveld en doorkruis ik de dorpen Zandbergen en Onkerzele om, uiteindelijk, tegen de avond, Geraardsbergen te bereiken. Nog enkele meters van mijn eindbestemming van vandaag verwijdert toetert er plots aan wagen die naast me vertraagt terwijl het raam langst de passagierszijde opengaat. Vragend kijk ik de chauffeur van het voertuig uit in de veronderstelling dat hij me iets wil vragen. Uit onverwachte hoek krijg ik een “ Buen Camino “ toegeworpen. Blijkt dat de bestuurder zelf ook een deel van de route heeft afgelegd. Ik wuif hem dan ook toe met een hartelijk dankjewel en in gedachten denk ik nog ééns aan de verhalen die ik zelf heb gelezen. Eéns een deel van de route gelopen krijg je er ineens een hele grote familie bij blijkbaar. Dankbaar voor deze positieve afsluiter bel ik aan bij mijn volgende gastvrouw.

Blijkt dat de dame waar ik de tuin van mag gebruiken een redelijk drukke avond voor de boeg heeft dus in alle dankbaarheid zet ik rustig mijn tent op naast de serre en besluit ik me voor deze avond afzijdig te houden. Ook dit is een stukje van de Camino. Een mens heeft al ééns behoefte om niet gestoord te worden. Ik besluit vandaag vroeg onder de lakens te kruipen want alvorens morgenvroeg terug verder te trekken wil ik graag even de tijd maken om Geraardsbergen en zijn alom bekende “Muur”, een must voor elke wielerfanaat, te bezoeken.

De Muur van Geraardsbergen: dit tot het Unesco behorend erfgoed betreft de voorlaatste helling in de wielerwedstrijd genaamd “ De Ronde van Vlaanderen “ Deze steile helling heeft een lengte van 1075m met op bepaalde stukken een hellingspercentage van 20%. De moeilijkheid lag hem echter niet in het stijgen zelf maar blijkbaar zouden de klinkers waarmee deze weg was aangelegd horizontaal zijn aangebracht waardoor de renners als het ware een trap moesten op fietsen.

E 1 / D 5

De eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik gisteren tijdens de tocht toch even naar huis heb gebeld. De kwetsuur die ik heb opgelopen zorgde namelijk voor een mentale dip en ongewild sloeg de vrees toe dat ik de tocht vroegtijdig zou moeten eindigen. Gelukkig stond mijn steun en toeverlaat paraat om me de nodige woorden moed in te praten en na een handvol brandende kaarsjes aan het thuisfront was de angst wat weggeëbd en ben ik momenteel in staat om het verdere verloop gewoon af te wachten.

Terwijl ik in gedachten alle informatie van vandaag en de voorbije dagen nog even doorneem stap ik dan ook, na een kort bezoek aan de kapel bovenop de Oudenberg, voorzichtig schuivend, langs de kasseien muur, naar beneden. Het heeft vannacht geregend en de klinkers liggen er spekglad bij. Mijn scheenbeen blijkt nog niet hersteld en bij elke onverwachte beweging voel ik de pijn door mijn onderbeen gaan. Het beloofd dus een zware dag te worden.

Vandaag staat een afstand van 22,2 kilometer op het programma tot in Ath. Hierbij zullen we, ter hoogte van het vliegveldje van Overboerlare, de taalgrens tussen Vlaanderen en Wallonië oversteken. Het wordt dus bij deze tijd om langzaam aan de lessen frans terug boven te halen. Bij het bekijken van de route blijken we verder, naast een aantal kleinere gehuchten, enkel de stad Lessines te passeren. Deze stad is onder sommigen bekend om zijn porfiergroeven maar wie nog bekender is en een geboren Lessinenaar is René Magritte. Een befaamd surrealistisch kunstschilder ter plekke geboren op 21 November 1898.

Momenteel behoeden enkele lokale regenbuien me om de route “a la minute” neer te schrijven. Ik ben dan ook genoodzaakt om het verslag hier even af te ronden en als een echte Quasimodo, mijn reisgids te beschermen terwijl ik de druppels tracht te ontwijken.

Enige tijd later… te Ath

Blijkt dat het weer me vandaag niet bijster gezind is dus momenteel is het vier uur in de namiddag en ik ben in Ath aangekomen. De blessure die ik opliep heeft, mogelijks mede dankzij het typisch Belgische weer, zijn tol geëist en ik heb de dag ervaren als een heuse rollercoaster. Na enkele minuten zoeken vind ik het correcte huisnummer maar nu blijkt dat de bewoners nog niet aanwezig zijn. Gelukkig heb ik het telefoonnummer van de eigenaar bij de hand en na een kort telefoontje sluip ik langst het zijpoortje naar achteren. De tuin blijkt ingedeeld in een groentetuintje, een terras, een open stalling en wat fruitbomen nabij een kleine stenen barbecue en ik besluit mijn tentje dan ook onder de beschutting van de fruitbomen en net naast de barbecue op te zetten. Ondertussen hopende dat het weer zou omslaat zodat zowel mijn kledij als mijn nachtelijke verblijfplaats ééns kunnen drogen.

Ook de route van vandaag hoef ik echter niet al te veel uit te wijden. Deze liep immers voornamelijk langst de Dender en behalve veel water was er, op een grote bouwwerf na, verder weinig te bespeuren. Ondanks de regen en de fysieke problemen, lukte het me gelukkig wel om enkele foto’s te trekken en hoe ongelooflijk het ook mag klinken, de aanmoedigingen die ik onderweg zag, kwamen net op het juiste moment.

Vermits de eigenaars nog niet aanwezig zijn maak ik alvast even van de gelegenheid gebruik om mijn natte kledij te wisselen voor enkele droge kledingstukken. Terwijl ik alles te drogen hang in de kleine bergruimte die zich net naast mijn tent bevindt hoor ik een wagen de oprit oprijden. Niet veel later word ik in het Nederlands verwelkomt en krijg ik een rondleiding zodat ik alle nutsvoorzieningen weet te bereiken. Na een korte kennismaking ga ik in de omgeving op zoek naar een lokale brasserie waar ik, tijdens een klein hapje, de tijd neem om mijn volgers de foto’s toe te zenden die ik vandaag getrokken heb.

Ondanks dat het vandaag een zware episode was besluit ik toch met een positieve noot te eindigen en zoek ik enkele aangepaste en luchtige teksten om bij mijn foto’s te plaatsen. De weg is immers nog lang en voor morgen staat er immers iets ingepland waar ik op dit moment wel naar uitkijk. Mijn vriend K. had immers het aanbod gedaan om een stukje van de route mee te lopen en morgenvroeg wordt hij dus door mijn echtgenote hier in het centrum van Ath afgeleverd.

E 1 / D 6

Vandaag is het woensdag, 28 Mei. Momenteel hebben we reeds vijf dagen gelopen waarbij we iets meer dan 127km hebben afgelegd. Ongeveer halverwege dus van mijn eerste ingeplande etappe. De regen is gelukkig even opgehouden maar droog is mijn tent spijtig genoeg niet geraakt. Enkele kleine plassen water, die normaal niet thuishoren in mijn nachtelijke woning, trekken mijn aandacht en ik prijs me gelukkig dat ik niet op mijn luchtbed naar buiten ben gedreven. Dan maar alles nat verpakken en snel op weg naar het centrum, op zoek naar een kleine koffiebar waar ik normaal een broodje zou moeten kunnen eten en mijn bezoek zou ontmoeten.

Aan de broodjeszaak aangekomen merk ik een hoop studenten van middelbare leeftijd die ’s morgens allemaal gezellig samen aan de tafeltjes in de koffiezaak zitten. Anders dan bij ons in Vlaanderen is het hier blijkbaar de gewoonte dat de jongeren even voor schooltijd reeds samenkomen om, onder het smakelijk verorberen van een broodje, een praatje te maken alvorens zich naar school te begeven.

Ik zet me na het bestellen van mijn broodje rustig aan een tafel en terwijl ik de planning voor vandaag doorneem, hoor ik de deur opengaan en staan mijn goede maat en mede metal-liefhebber samen met mijn echtgenote breed glimlachend, in de deuropening, naar me te zwaaien.

Hoewel het alleen wandelen op zich me niet zo zwaar viel was ik toch blij dat mijn maatje de komende dagen voor een beetje gezelschap zou zorgen. De blessure die ik had opgelopen had er mentaal toch wel stevig ingehakt en een beetje gezelschap was een welkome afwisseling voor mijn sombere gedachten. Na een korte uitwisseling van gedachten en een grondige inspectie door mijn echtgenote, wissel ik nog snel mijn kletsnatte kledij voor een droog pakje verse kleding. Ik zet me recht en enkele momenten laten staan we met zijn allen buiten, benieuwd naar het vervolg van ons avontuur.

Vandaag is het de bedoeling dat we tot Stambruges zouden geraken, gelegen op een loopafstand van 25,4km. Een blik naar de lucht geeft alvast wat hoop want het lijkt dat het weer momenteel iets gebeterd is. De zon laat zich af en toe voelen dus de regenjassen en truien kunnen even de rugzak in zodat we ons wat kunnen bruinen aan het ochtendlicht.

De route loopt momenteel langst de Dender en terwijl mijn partner in crime zijn eerste landschapsfoto’s trekt en tracht te wennen aan het gewicht van zijn overladen rugzak, vertel ik hem over de voorbije dagen, de leuke gesprekken die ik heb gehad en de gastvrijheid waarvan ik heb genoten. Terwijl de minuten langzaam verder tikken, lukt het me redelijk om, ondanks de ontsteking, een redelijk tempo aan te houden zodat we rond de middag Chièvres blijken te passeren. Hier duiken we even de Chapelle Notre-Dame in om een miraculeus beeldje van de maagd Maria te bewonderen en na een, korte, goddelijke, tankbeurt van vloeibaar goud, staan we niet veel later terug een eindje buiten het centrum, genietend van het uitzicht op het prachtige kasteeldomein van Belcoeil.

Waar we zonet nog voornamelijk langst de Dender liepen blijkt het kasteel aan een enorm groot bos, van meer dan 1000 hectaren groot, te liggen. In dit bos zou la Fontaine Bouillante ( de kokende fontein ) liggen. Ondanks onze spiedende blikken blijkt de fontein echter te goed verborgen. Gelukkig slagen we er wel in om het Mer de Sable op ons pad te vinden want hier moeten we immers langst als we de juiste route willen blijven volgen, nu tijdelijk aangegeven door de rood-witte aanduiding van de GR route die hier de streek doorkruist.

Waar we tot op heden voornamelijk waren aangewezen op de wegbeschrijving uit de pelgrim gids “ Via Tenera “ en de gedownloade track op mijn gsm-toestel blijkt de GR-route goed aangeduid en onder het vallen van de avondzon vinden we, verscholen tussen een groene oase van dennenbomen, onze overnachtingsplaats, waar we voor deze etappe de laatste maal onze tent zullen opzetten. Na kennismaking met de zeer vriendelijke gastheer en gastvrouw, worden we, na een laatste stuiptrekking aan noeste arbeid, uitgenodigd om het lokale bier met hen te degusteren. Onder een gezellige babbel sluiten we zo de avond af terwijl we hopen dat de waakhond van de buren s’ nachts niet stiekem langst de tenten komt gekropen.

E 1 / D 7

Vermits de tocht van vandaag meer dan 30km bedraagt en ik tot op heden nog geen donzig bed had gezien, leek het me interessant om de komende nacht ééns in een deftig bed te slapen. Het leek me ook dat mijn metgezel en makker, me evengoed dankbaar voor zou zijn, na een tochtje van 32,7km.

De tocht van vandaag zou lopen van Stambruges tot in het hartje van Vallenciennes. De route zelf zal deels lopen langst het kanaal Pommerceul – Condé sur l’Escaut, waar we ter hoogte van de sluisbrug nabij Saint-Aybert de grens met Frankrijk zouden oversteken.

Een epische mijlpaal nabij kijk ik er enorm naar uit om straks op Franse bodem te staan. Na een hartelijk ontbijt en het vullen van onze waterzakken, nemen we afscheid van Stambruges en trekken we langst het water richting Franse grens. Ik merk, terwijl mijn schoenzolen langzaam onder me wegslijten, dat de hinder die ik de voorbije dagen ondervond langzaam begint af te nemen. Terwijl het tempo bij mezelf langzaam terug de hoogte in gaat begint dat van mijn metgezel langzaam af te nemen. Ik heb een vermoeden dat de rugzak die hij meedraagt nog net iets zwaarder is dan de mijne. Of … het is de waarheid dat je door die eerste dagen moet doorbijten. Waar ik ondertussen dag zes gepasseerd was, begint hij aan ronde twee. Het zou vandaag blijkbaar een estafetteloopje worden waar we afwisselend het tempo zouden bepalen. Maar dan net als in het echt, zonder even halt te houden.

Onder luide aanmoedigingen en een hoop gekreun tussendoor zie ik stilaan in de verte de grens opdoemen. Een enorm kunstwerk, rijkend naar de hemel, prijkt een stuk boven de omgeving uit. Het werk stelt blijkbaar een vriendschappelijke handdruk voor tussen beide landen. Maar het is ook het statisch bewijs, dat we Frankrijk naderen.

Vermits we nog niet hebben gegeten beslissen we even van de route af te wijken en onze kans op een warme maaltijd te vergroten door richting het centrum van Crespin te gaan. Hier aangekomen blijkt duidelijk dat de meeste dorpjes in de regio langzaam blijken dood te bloeden als de ene zaak na de andere permanent gesloten of zelfs reeds klaar voor de sloophamer te zijn. Een belangrijk gegeven dat ik wel in het achterhoofd moet houden voor een eventuele volgende etappe.

Na meer dan een uur, slalommend door de achterstraatjes, de vele vergane gloriën te zijn gepasseerd, vinden we gelukkig de redding in een internationaal hamburgerrestaurant. Onder de spiedende blikken van de aanwezige hongerigen, verlossen we onszelf van het dodelijk gewicht dat we meedragen waarna we ons, als uitgehongerde leeuwen, werpen op de bestelautomaat en de overdaad aan bestelde burgers.

Ik kijk op mijn horloge waar de wijzers ondertussen twee uur in de namiddag aangeven. Niet al te veel tijd over dus om onze bestemming te halen en na een korte update aan mijn compagnon hijsen we snel ons trainingspakket op onze schouders en zetten we er flink de pas in richting Saint-Saulve.  We zitten immers momenteel halverwege en naar schatting hebben we nog een achttien kilometer te overbruggen wat onze geschatte aankomsttijd op half zeven deze avond brengt.

Waar we deze ochtend nog langs de koelte van het water liepen, loopt de route nu blijkbaar het binnenland in. Asfalt, kiezel, zand, kasseien, baksteen, … Al deze grondstoffen passeren momenteel de revue maar voorlopig geen water meer te bespeuren. Tussen de huizenrijen en weidelandschappen door banen we ons een weg naar onze “Residentie” welke we zoals verwacht rond half zeven blijken te bereiken.

Wie nu verwacht dat we als koningen zouden onthaald worden komt bedrogen uit. Een digitaal cijferslot staat onwrikbaar tussen ons en de toegang tot kamer en bad. Onder het advies van mijn metgezel probeer ik alle mogelijke combinaties uit die ons logisch lijken na analyse van de ontvangen mail-instructies. Tevergeefs…

Gelukkig is ook nu weer het lot en een tijdelijke bewoner van het pand ons goed gezind. Na een korte blik op de schelp, bengelend aan mijn rugzak, komen we te weten dat onze medegast zelf een “Via” heeft gelopen van Slovenië richting Triëst. Een tiendaagse tocht die hem vooral pijnlijke blaren had opgeleverd.

Na een korte verbroedering laat hij ons, zonder enig argwaan, de ingang passeren. We danken hem hartelijk maar ik besluit toch even de receptionist op te bellen, zodat we ons zelf toegang kunnen verschaffen, moesten we er voor het avondeten nog even op uit trekken.

E 1 / D 8

Het is zaterdag vandaag en de laatste dag dat mijn kameraad en tevens mede-dorpsbewoner zal meelopen. Terwijl zijn lijden langzaam aan de finale episode bereikt, is het eindpunt voor mezelf pas over twee dagen in zicht. Met een frisgewassen blik, kijk ik in de spiegel naar het bos verwilderde haren, welk weelderig uit mijn onderkaak is geschoten. Geen idee welke meststoffen er gebruikt zijn, maar ze hebben op acht dagen tijd duidelijk hun werk gedaan. Dit tot grote spijt van mijn echtgenote die geen voorstander is van een weelderige, met onkruid begroeide, voorgevel.

Na een laatste kamercheck hijsen we de zwaarbeladen rugzakken ondertussen vlotjes op onze schouder en vervolgen we onze route, langs de toeristische dienst, richting Haspres. Al snel wordt het ons duidelijk dat we vandaag niet veel meer zullen bewonderen dan de klinkers en velden die ons zwijgzaam en in stille voldoening zullen aanstaren. Vandaag blijken de temperaturen hoog genoeg om de stoffige afdruk die we achterlaten al snel met de wind af te voeren. Geen mens die zal weten dat we hier gelopen hebben.

Terwijl we als schimmen dwalend in een zandstorm naar aanwijzingen zoeken die ons de juiste richting moeten uitwijzen en de kleine stoffige korrels tussen onze tanden knarsen wordt het stilaan duidelijk dat hoe verder ik Frankrijk binnentrek, hoe stiller het wordt. Geen drukke steden meer, geen wagens meer die langs je scheren, geen voetgangers of fietsers. De enige aanwijzing van menselijke activiteit zijn de hoogspanningen die verspreid over het landschap mijn wazige blikveld doorkruisen.

De dag verloopt dan ook in alle stilte tot we ’s avonds uiteindelijk onze bestemming naderen. Onze verblijfplaats blijkt een gerenoveerde hoeve te zijn volledig afgesloten van de omgeving. Misschien gelukkig maar” denk ik, want recht aan de overzijde van onze woonst blijkt een café te staan waar het ganse dorp vandaag blijkt samen te komen. Na een korte inspectie van ons verblijf besluiten we al snel het stof tussen onze tanden weg te spoelen en zo maken we al snel kennis met de eigenaar van het café, een fijne en welbespraakte jongedame en de lichtjes aangeschoten aanhang, welke luidkeels en vrolijk de halve keet bij elkaar zingt. Na een hoop nieuwsgierige blikken en een spervuur aan vragen van deze en gene zijde, blijkt het café vanavond permanent te sluiten. Dit kon natuurlijk niet ongemerkt voorbijgaan en dus was het ganse dorp uitgenodigd om een laatste keer samen de bloemetjes buiten te zetten.

Als andersom al snel het doel van ons onverwacht bezoek de vaste klanten ter horen komt, blijken we al snel het gespreksonderwerp van de avond. En na enkele gratis aangeboden drankjes krijg ik niet veel later, om de verrassing compleet te maken, een blaadje papier onder mijn neus geschoven. Een blaadje waarop de ganse vrouwelijke aanhang me, in het frans, een goede reis toewenst. Ik kan niet anders dan ontroerd zijn van hun gebaar en dank hen, terwijl ik dit neerschrijf, nog ééns uit de grond van mijn hart. Reeds wetende dat dit een warme herinnering zal zijn, die me altijd bij zal blijven.

E 1 / D 9

Terwijl het feest waarschijnlijk tot in de vroege uurtjes is doorgegaan hebben we gelukkig niet al te veel hinder ondervonden van al wat zich onder de nachtelijke hemel verder heeft afgespeeld. Na het ontbijt besluit mijn metgezel dan ook de lokale bakkerij op te zoeken terwijl ik mijn rugzak achterop mijn schouders werp, klaar voor de volgende etappe. Na een warme knuffel en drie kussen, op Franse wijze, nemen we dan ook afscheid en ga ik op zoek naar de volgende aanwijzing. Ik snel nog even het postkantoor binnen voor mijn volgende stempel en na een laatste blik naar de nu verlaten straat achter me, kijk ik vooruit en zet ik er stevig de pas in. Vandaag nadert het einde van de huidige route. In Hordain sluit de Via Tenera immers aan op de Via Scaldea, een pelgrimsroute beginnend in Vlissingen en eindigend in Saint Quentin. Maar dat is voor later…

Zoals reeds aangegeven blijken de toeristische bezienswaardigheden stilaan uit het straatbeeld te verdwijnen. Ik heb dan ook een vermoeden dat toekomstige etappes minder uitgebreid zullen zijn en meerdere dagen zullen omvatten. Tenzij ik iets nog tegenkom dat het vermelden waard is natuurlijk. 

Vandaag blijven de bezienswaardigheden echter beperkt tot een klein kerkhof met de naam “York Cemetery”. Het blijkt een mooi onderhouden perkje, waar 137 Engelse en 10 Duitse soldaten begraven liggen. Ongeveer een tweetal kilometer kom ik nog een vervallen windmolen tegen maar een metershoge, haast ondoordringbare begroeiing en een gehavende afsluiting duiden erop dat deze molen al een eeuwigheid verlaten is. Ik laat de molen, uit veiligheidsoverwegingen, links liggen en een uur later bereik ik Hordain, het einde van de Via Tenera en voor mezelf de eerste belangrijke mijlpaal op weg naar mijn bestemming.

Nu komt ook het besef dat ik het eerste doel van mijn tocht bijna heb volbracht. Ik voel stilaan de emoties de overhand nemen en kijk uit naar het moment dat ik Vieil Escaut zal oversteken. Niet veel later is het zover en met de tranen in mijn ogen, loop ik het brugje van de Schelde over. Hier in Frankrijk nog maar een tiental meters breed, een heel pakje smaller dan bij mijn vertrek in Antwerpen. Na een emotionele pauze, waar ik het thuisfront met een ingesproken boodschap op de hoogte breng, ruil ik de reisgids om voor een nog niet door regen aangetast exemplaar. Vanaf hier volgen we de Via Scaldea en het is meteen duidelijk dat deze route, ofwel meer belopen, ofwel vernieuwd is. Waar eerder de aanwijzingen nog amper te lezen waren, blijken de stickers hier nog in goede staat. Dit zal het lopen van de komende route een stuk eenvoudiger maken.

Met hernieuwde energie en het vooruitzicht om vandaag nog Cambrai te bereiken zoek ik de eerste aanwijzing en ga ik met mijn wandelstokken in de aanslag weer op pad. Het is net de middag voorbij en nog ongeveer een halve dag te gaan tot mijn bestemming. Het weer zit me gelukkig mee vandaag en terwijl de zon langzaam mijn hoofdhuid rood begint te kleuren loop ik enkele uren later de stad Cambrai binnen. In verhouding een stuk groter dan enig ander dorp dat ik ben gepasseerd en hier beslis ik dan ook om een dagje extra uit te trekken om de stad te bezoeken. Hoewel ik eerst had gepland nog een dagje verder te trekken, besluit ik om de stad morgen op mijn gemakje te bezoeken.

Na een telefoontje aan het thuisfront zoek ik dan ook een kleine hotelkamer en gaat de rugzak even achter slot en grendel. Eerste missie volbracht na negen dagen en tweehonderdachtenvijftig kilometers in de benen.

Intermezzo III: nog niet het einde.

We zijn ondertussen een weekje verder en ik merk dat stilaan het verlangen weerkeert om mijn tocht naar Compostella verder te zetten. Ondanks de pijn en blessure waar ik de eerste dagen last van had bleken de laatste dagen stilaan beter te verlopen. Om de tocht mooi af te sluiten ben ik in Cambrai trouwens nog twee stempels gaan halen, eentje in het toeristisch centrum en eentje in de Kathedraal, waar de pastoor me tevens een hartelijk welkom en een goede reis kwam toewensen.

Ik kan als ik terugkijk dan ook enkel maar met enthousiasme en veel liefde terugkijken naar de herinneringen die ik op die korte tijd heb opgedaan. De eigenlijke tocht duurt naar mijn vermoeden een drietal maanden en ik merk dat ik met veel enthousiasme uitkijk naar wat de toekomst me nog zal brengen. Voorlopig heb ik geen verlofdagen meer maar de plannen worden reeds gesmeed. Als het lukt sta ik volgend jaar weer in Cambrai. Klaar voor een vervolg van dit avontuur. Hopelijk zie ik jullie dan ook weer. Maar tot het zover is, aan ieder die zijn eigen weg gaat lopen, alvast … “Buen Camino!!!”